Klassiekers

Klassiekers kenmerken zich door een relatief lange afstand. Bij de profs bestaan deze wedstrijden altijd uit meer dan 200 kilometer. Milaan-San Remo spant de kroon met maar liefst 298 km. In Nederland hebben wij de Amstel Gold Race als grootste eendagswedstrijd. Daarnaast zijn er een aantal wedstrijden voor (pro-)continentale teams. Daaronder kent Nederland een top- en clubcompetitie. Die bestaan uit meerdere klassiekers. Voor deze wedstrijden is in de eerste plaats veel uithoudingsvermogen nodig om de race uit te kunnen rijden. Dit kost in de eerste plaats vele uren trainen. Het trainingsschema komt meer richting dat van een prof dan die van een criteriumrijder.


Duurvermogen

Het is van groot belang om aan het eind van de race nagenoeg dezelfde kracht te kunnen leveren als in het begin. Dit kan gerealiseerd worden door het duurvermogen te vergroten. Train hiervoor veel, maar vooral op een lage intensiteit. Veel uren maken dus. Probeer regelmatig een duurtraining te doen met hetzelfde aantal uren als de klassieker. Voor wedstrijden in de club- en topcompetitie is dit zo’n 5 uur. 

Blokjes

De intensieve inspanningen tijdens een klassieker zijn vaak van langere duur en minder explosief. Bijvoorbeeld in een waaier rijden of een kasseienstrook of beklimming. Dit zijn inspanningen van rond de 2-5 minuten. Deze inspanningen zijn goed te trainen. Doe meerdere blokjes van 2-5 minuten in Zone 4 en pak hetzelfde aantal minuten rust. Dit kan, na de voorbereidingsfase, worden toegevoegd tijdens het eerste trainingsblok. Een andere manier is het rijden van clubwedstrijden. 


Explosiviteit

Om te kunnen rijden voor de overwinning is explosiviteit nodig. Dit kan onder andere getraind worden door sprintoefeningen of 30/30 intervallen. Van krachttraining word je ook een stuk explosiever. Daarnaast kan het rijden van bochtige criteriums ook helpen om het aanzetten te verbeteren.